Geur heeft een belangrijke functie: een geur kan je bijvoorbeeld waarschuwen voor een gevaarlijke situatie, zoals een brand. Maar geur kan ook een bron zijn van ergernis. Als je je vaak ergert aan een geur dan heb je geurhinder.
Gezondheidseffecten van geur
Geurhinder, en de stress die het oplevert, kan gezondheidsklachten veroorzaken zoals hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid. Geurhinder kan er bovendien toe leiden dat je je gedrag aanpast. Bijvoorbeeld doordat je ramen en deuren gesloten houdt, minder vaak in de tuin zit of liever geen bezoek ontvangt. Hinder is op zichzelf ook een gezondheidseffect. Het kan gevoelens van irritatie, boosheid, onrust of afkeer veroorzaken en daardoor het welzijn verminderen.
Sommige sterk ruikende stoffen kunnen daarnaast de slijmvliezen van de ogen, neus en keel irriteren. Dit gebeurt meestal alleen bij hogere concentraties. De klachten verdwijnen doorgaans weer als de concentratie afneemt.
Hoeveel last je hebt van een geur is natuurlijk afhankelijk van de geur zelf. Maar ook andere zaken kunnen een grote rol spelen, bijvoorbeeld:
- Hoe gevoelig je bent voor geur.
- Of je gevoelige luchtwegen hebt, bijvoorbeeld door astma.
- Of je zelf maatregelen kunt nemen om de geurhinder te verminderen.
- Of je het gevoel hebt dat de veroorzaker van de geur maatregelen neemt om de overlast te beperken.
- Of je je zorgen maakt over de luchtkwaliteit of mogelijke gezondheidseffecten.
- Of je verwacht dat de geurhinder in de toekomst zal toe- of afnemen.
Geur of gif?
Vooral bij een chemische geur vragen mensen zich af of de lucht slecht is voor hun gezondheid. Maar dat een stof stinkt, wil niet zeggen dat hij ook gevaarlijk is. Een sterke of onaangename geur betekent echter niet automatisch dat een stof gevaarlijk is. Daarom zegt de aanwezigheid of afwezigheid van een geur op zichzelf weinig over hoe schadelijk een stof is
Andersom zijn er ook stoffen zijn al giftig zijn in lage concentraties, die je niet ruikt. Er zijn maar een paar stoffen waarbij dat laatste geldt. Een voorbeeld is koolmonoxide.

Wanneer is een geur vervelend?
Soms hebben we het over een geur en soms hebben we het over stank. Maar wanneer is een geur vervelend? Er zijn een paar kenmerken die daarbij een rol spelen:
De ene geur vinden veel mensen lekker en de andere geur vinden veel mensen vies. Dat geven we aan met de hedonische waarde. De hedonische waarde zegt iets over de hoeveelheid hinder die een geur kan veroorzaken. Een hedonische waarde van -4 betekent dat bijna iedereen de geur vies vindt. Een hedonische waarde van 4 betekent dat bijna iedereen de geur lekker vindt.
Hoe sterker of geconcentreerder een geur is, hoe groter de kans dat we hem vies vinden. De hedonische waarde is dus afhankelijk van de sterkte van de geur.
Hoe langer of vaker je een geur ruikt, hoe vervelender. Zelfs de geur van gebakken brood wordt hinderlijk als je het te vaak ruikt.
Bronnen van geurhinder
In Nederland zijn de belangrijkste veroorzakers van geurhinder:
Bekijk onze tips bij houtrookoverlast Stoken je buren hout en heb je daar last van?
Als je buren hout stoken dan kun je daar veel geuroverlast van hebben. Uit onderzoek blijkt dat tweederde van de houtstokers wel maatregelen wil nemen om overlast te beperken.
Tips bij geurhinder van een bedrijf
Heb je geurhinder van een (vee)bedrijf? Het lijkt misschien lastig om hier iets aan te doen. Toch kunnen kleine stappen uiteindelijk voor verbetering zorgen.
Ook de veroorzaker kan het probleem misschien niet gelijk oplossen. Maar als hij niet weet dat zijn buren hinder hebben, gebeurt er sowieso niets. Jullie kunnen afspreken dat hij je informeert als hij iets moet doen waarvan hij weet dat het stank veroorzaakt. Of als er iets fout gaat op het bedrijf waardoor er stank vrijkomt. Het scheelt al een hoop als je weet wat er aan de hand is en hoe lang het gaat duren.
Verloopt het gesprek moeilijk? Vraag dan de wijkagent of buurtbemiddeling om te bemiddelen. Gaat het om een groot bedrijf? Dan is het handig om de verantwoordelijke organisatie (meestal de provincie of de gemeente) hierbij te betrekken.
Meld dat je geurhinder hebt bij je gemeente of bij het milieuloket van de provincie. Er is misschien niet direct iets aan de geurhinder te doen. Maar het is belangrijk dat de gemeente en de provincie weten dat mensen hinder hebben.
Het is belangrijk om te beseffen dat het vinden van een oplossing lang kan duren en veel doorzettingsvermogen kan vragen. De overheid kan een bedrijf niet zomaar sluiten. Zelfs niet als het duidelijk is dat het bedrijf de regels overtreedt. De overheid moet dat eerst bewijzen. Vervolgens moet het bedrijf de kans krijgen om maatregelen te nemen. Soms blijkt dat de maatregelen niet de gehoopte verbetering brengen. Dan begint het proces weer opnieuw. Het kan daardoor lang duren voordat de situatie echt verbetert.
Geur meten
Als je geuroverlast hebt van een (vee)bedrijf krijg je al snel te maken met geurmetingen en normen. Het bedrijf is meestal verplicht om de hoeveelheid geur die het uitstoot in kaart te brengen. Maar hoe meet je eigenlijk hoeveel geur er is in de omgeving ? Vaak bestaat het in kaart brengen van de geur uit twee stappen:
- metingen aan de schoorsteen van een bedrijf of op verschillende afstanden van het bedrijf;
- en op basis van de meetuitkomsten: berekeningen met een computermodel om te bepalen hoe de geur zich in de omgeving verspreidt (de ‘verspreidingsberekening’).
De uitkomsten van de metingen en berekeningen toetsen we aan normen. In die nomen staat bijvoorbeeld hoe vaak of hoeveel tijd per jaar een bedrijf geurhinder mag veroorzaken. Als een bedrijf voldoet aan de norm betekent dat dus niet dat er helemaal geen geurhinder kan zijn.
Daarnaast kunnen de metingen en berekening de geuruitstoot onderschatten. Dat kan verschillende oorzaken hebben:
Geurberekeningen zijn gebaseerd op een meting bij een schoorsteen of een andere duidelijke bron. Maar soms zijn er binnen een bedrijf nog andere bronnen. Bijvoorbeeld een waterzuivering of een (tijdelijke) mestopslag. Die ‘extra’ geuren zitten niet in de verspreidingsberekening.
De meting die de basis is van de berekening is een momentopname: op andere moment kan er méér of juist minder geur zijn.
Storingen en incidenten in een fabriek of bedrijf zijn vaak de oorzaak van extra geur. Mensen hebben vooral veel hinder als er veel geurpieken zijn. Maar die pieken zijn juist erg lastig in kaart te brengen. Verspreidingsberekeningen houden daar geen rekening mee.
Het lukt een model niet altijd om voldoende rekening te houden met hoe de omgeving eruit ziet. Dat geldt ook voor de weersomstandigheden. Daardoor kan het model niet altijd goed voospellen hoe de geur zich in de omgeving verspreidt.
Soms veroorzaakt een bedrijf verschillende geuren, of zijn meer bedrijven in de buurt die ook geur uitstoten. Een verspreidingsmodel houdt geen rekening met die optelsom van geuren.
Bij bijvoorbeeld veebedrijven gaat een verspreidingsmodel niet uit van een meting, maar gebruikt het een zogenaamde emissiefactor. Zo’n emissiefactor is bepaald op basis van eerdere metingen bij een zelfde soort bedrijf. Maar in de praktijk blijkt dat een berekening op basis van een emissiefactor niet altijd klopt. De geur kan in werkelijkheid erger of minder zijn.
Verspreidingsmodellen proberen de werkelijkheid zo goed mogelijk na te doen, maar dat lukt dus niet altijd. Dat kan betekenen dat een bedrijf méér of tot op grotere afstand hinder veroorzaakt dan de berekeningen aangeven. In zo’n situatie is het belangrijk om samen met de veroorzaker en de gemeente of de provincie te kijken naar mogelijke verklaringen én oplossingen.
Veranderingen in je omgeving en de omgevingswet
Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet in Nederland. De Omgevingswet regelt van alles over de omgeving waarin we wonen en werken. In de Omgevingswet is er veel aandacht voor gezondheid. Komt er ergens bijvoorbeeld een nieuwe weg of een nieuwe wijk, een bedrijf of een windmolen? Dan moet de gemeente afwegen wat dat betekent voor de gezondheid van de mensen die daar wonen. Of van de mensen die er straks komen te wonen. Veel gemeenten vragen hierover advies aan hun GGD.
Gaat er iets veranderen in jouw omgeving en maak je je ongerust over je gezondheid? Komt er bijvoorbeeld een bedrijf en ben je bang dat je daardoor geurhinder krijgt? Dan kun je bij je gemeente navragen hoe zij gezondheid heeft meegenomen en afgewogen.
Veelgestelde vragen over geur
Als je hinder hebt van een bedrijf kun je dat melden bij je gemeente of bij het milieuloket van de provincie. Je vindt het milieuloket van jouw provincie met de zoekfunctie onderaan deze pagina.
De geurconcentratie drukken we uit in het aantal odour units per kubieke meter lucht. Vroeger drukten we de sterkte van een geur uit in aantal geureenheden (ge). Die maat kom je daarom nog wel eens in oudere vergunningen tegen. Je kunt geureenheden makkelijk omrekenen in odour units met de volgende rekensom: het aantal odour units = het aantal geureenheden gedeeld door 2.
Een 98-percentielwaarde in de vergunning houdt in dat in een jaar de geurconcentratie 98% van de tijd lager moet zijn dan die waarde. Hoe langer of vaker je een geur ruikt, hoe vervelender. Het is daarnaast erg vervelend als je een geur soms ineens heel sterk ruikt. Dat noemen we piekbelasting. Omdat we weten dat juist die piekbelasting heel vervelend is, staat in vergunningen vaak een ’98-percentielwaarde (P98)’ voor geur in plaats van een gemiddelde. Een 98-percentielwaarde geeft minder ruimte aan pieken in de geurconcentratie dan een gemiddelde.